Bij een claim van een paar honderd euro is de vraag zelden wie gelijk heeft, maar wat het kost om dat gelijk te halen. Hieronder staan de bedragen die in België gelden: het rolrecht, de bijdrage aan het begrotingsfonds, de rechtsplegingsvergoeding en de kosten van een gerechtsdeurwaarder.

Om te beginnen
Eerst de vraag welke rechtbank er dan aan te pas komt, want dat bepaalt meteen het eerste bedrag.
Artikel 575 van het Gerechtelijk Wetboek wijst vorderingen over auteursrecht tussen ondernemingen toe aan de ondernemingsrechtbank. Wie zelf geen onderneming is en een onderneming aanspreekt, mag daar ook terecht. Let op wie in België een onderneming is: sinds de hervorming van 2018 is elke rechtspersoon dat, dus ook een vzw. Een particulier zonder zelfstandige activiteit is dat niet.
Daarbovenop geldt een territoriale beperking. Artikel 633quinquies bepaalt dat vorderingen over deze rechten enkel gebracht kunnen worden voor de rechtbanken die gevestigd zijn in de zetel van een hof van beroep: Antwerpen, Brussel, Gent, Luik en Bergen. Voor de duidelijkheid: wij hebben de actuele geconsolideerde tekst van dat artikel niet kunnen inzien, alleen de tekst zoals hij in 2007 werd ingevoegd en de wijziging van 2014. Wordt u als particulier aangesproken, dan wijst artikel 575 geen rechtbank aan en gelden de gewone regels, met de vrederechter tot € 5.000. Wij hebben geen bron gevonden die dat voor auteursrecht met zoveel woorden bevestigt.
Rolrecht
| Rechtscollege | Rolrecht |
|---|---|
| Vredegerecht en politierechtbank | € 50 |
| Rechtbank van eerste aanleg en ondernemingsrechtbank | € 165 |
| Hof van beroep | € 400 |
| Hof van Cassatie | € 650 |
Het rolrecht is de taks voor het inschrijven van een zaak op de rol. Er zit een Belgische eigenaardigheid in die veel mensen niet kennen: sinds 1 februari 2019 betaalt u het niet meer bij het begin van de procedure, maar op het einde. De rechter beslist wie het draagt, en dat is doorgaans de partij die verliest. Die krijgt daarna een betaaluitnodiging van de FOD Financiën.
Wat u wel meteen betaalt als eiser, is de bijdrage aan het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand: € 26 sinds de indexering van 3 maart 2025. Die bijdrage wordt per gedinginleidende akte betaald en niet per eisende partij, zo oordeelde het Grondwettelijk Hof in februari 2020.
Rechtsplegingsvergoeding
| Waarde van de vordering | Minimum | Basisbedrag | Maximum |
|---|---|---|---|
| tot € 250 | € 117,73 | € 235,47 | € 470,93 |
| € 250,01 tot € 750 | € 196,22 | € 313,95 | € 784,88 |
| € 750,01 tot € 2.500 | € 313,95 | € 627,91 | € 1.569,77 |
| € 2.500,01 tot € 5.000 | € 588,66 | € 1.020,35 | € 2.354,65 |
| € 5.000,01 tot € 10.000 | € 784,88 | € 1.412,79 | € 3.139,53 |
De rechtsplegingsvergoeding is een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en het ereloon van de advocaat, die de verliezende partij aan de winnende betaalt. De bedragen hierboven gelden sinds 1 maart 2025 en zijn de eerste indexering volgens de nieuwe formule uit 2024. De rechter kent in beginsel het basisbedrag toe.
Hij kan daarvan afwijken tot het minimum of het maximum, en kijkt daarbij naar de financiële draagkracht van de verliezende partij, de complexiteit van de zaak, contractueel bepaalde vergoedingen en het kennelijk onredelijke karakter van de situatie. Krijgt de verliezer juridische tweedelijnsbijstand, dan geldt in beginsel het minimumbedrag. Staan beide partijen deels in het gelijk, dan kan de rechter de kosten omslaan zoals hij dat raadzaam acht; de rechtsplegingsvergoeding volgt die verdeling.
Twee dingen die vaak verkeerd begrepen worden. Er is geen rechtsplegingsvergoeding wanneer een partij zich niet door een advocaat laat bijstaan. En het werkelijke ereloon van de advocaat kan niet bovenop de rechtsplegingsvergoeding worden gevorderd: de wet zegt uitdrukkelijk dat niemand boven dat bedrag kan worden aangesproken voor de tussenkomst van de advocaat van de andere partij. Het Grondwettelijk Hof bevestigde dat forfaitaire en exclusieve stelsel in 2008.
Gerechtsdeurwaarder
Een gewone geldvordering wordt in België ingeleid met een dagvaarding, en die wordt betekend door een gerechtsdeurwaarder. In het tarief dat op 1 januari 2026 werd geïndexeerd, bedraagt het gegradueerde ereloon voor een schuldvordering tot € 2.105,03 € 131,56, met daarnaast een eenmalige administratieve dossierkost van € 52,63 en een verplaatsingsvergoeding van € 18,95. Daar komt 21 procent btw bij, en een registratierecht van € 50.
In de praktijk worden bedragen van € 150 tot € 350 genoemd, en van € 200 tot € 500 exclusief btw per te dagvaarden persoon. Wij konden geen officiële berekening vinden die het totaal voor een concrete dagvaarding vastlegt, dus lees die schattingen als een orde van grootte.
Rekenen
Reken dat eens door voor een doorsnee claim. Stel dat er € 500 gevraagd wordt. Komt die zaak voor de rechter, dan zit ze in de schijf van € 250,01 tot € 750: basisbedrag € 313,95, in het uiterste geval € 784,88. Daar komen het rolrecht, de bijdrage van € 26 en, bij een dagvaarding, de kosten van de gerechtsdeurwaarder bij. Het ereloon van uw eigen advocaat betaalt u zelf, voor zover het boven de rechtsplegingsvergoeding uitkomt.
Dat rekensommetje geldt in beide richtingen. Ook voor de partij die de claim verstuurt, is een procedure over een paar honderd euro zelden aantrekkelijk: in het Antwerpse arrest hierboven kreeg de eisende partij haar kosten niet vergoed en bleven de rolrechten aan haar kant hangen.
Wat dat voor uw dossier betekent, hoeveel ruimte er is en in welke volgorde u die gebruikt, staat in de handleiding. Dat is precies het stuk dat van uw situatie afhangt.
Bronnen
Elke bewering op deze pagina is terug te voeren op een van deze vindplaatsen. Klopt er iets niet, laat het ons weten.
Meer lezen