Tussen 2023 en 2025 hebben de hoven van beroep in Antwerpen en Gent een reeks arresten gewezen waarin het gevraagde bedrag fors werd teruggebracht, in twee zaken met meer dan negentig procent. Niet omdat er geen inbreuk was, maar omdat de manier waarop het bedrag tot stand kwam rechtsmisbruik opleverde. Dit is wat dat begrip in deze zaken betekent.
De grondslag
Een claim over een foto valt in België uiteen in twee vragen die los van elkaar staan. De eerste: is er een inbreuk op het auteursrecht? De tweede: welk bedrag hoort daarbij? In de arresten die hieronder staan, ging het bijna nooit mis op de eerste vraag. De foto stond er, en er was geen licentie. Het ging mis op de tweede.
De wettelijke basis daarvoor staat in artikel XI.335 van het Wetboek Economisch Recht. Lid 1 zegt dat de benadeelde recht heeft op vergoeding van de schade die hij werkelijk heeft geleden. Lid 2 geeft de rechter de mogelijkheid die schade forfaitair te begroten naar redelijkheid en billijkheid, als het werkelijke bedrag niet anders te bepalen is. Dat woord werkelijk is waar de discussie zit: wie een veelvoud vraagt van wat een licentie normaal kost, moet uitleggen waar dat veelvoud vandaan komt.
Het Hof van Cassatie heeft daar op 30 november 2023 een streep onder gezet. Een licentievergoeding zomaar verdubbelen als straf voor het ontbreken van toestemming kan niet zonder bewijs van werkelijke schade. De royalty die de maker normaal had gekregen is, in de woorden van dat arrest, slechts één van de elementen waarmee de rechter rekening houdt.
Rechtsmisbruik is een stap verder. Het gaat er dan niet meer om of het bedrag te hoog is, maar of het recht zelf wordt gebruikt op een manier die de grenzen van een normale uitoefening te buiten gaat. In de Antwerpse en Gentse zaken was dat het oordeel, en het gevolg was niet alleen een lager bedrag maar ook een andere verdeling van de kosten.
Het voorbeeld
De houder van de rechten op een foto liet via het opsporingsbedrijf Pixsy een ingebrekestelling sturen waarin veertienduizend euro werd gevraagd. In de procedure die volgde werd dat bedrag teruggebracht tot 5.760 euro. Het hof van beroep kwam uit op 243,84 euro.
De redenering in twee stappen: eerst stelde het hof vast wat een redelijke vergoeding voor dit gebruik zou zijn, en dat was 487,68 euro. Vervolgens oordeelde het dat de wijze waarop de vordering was ingesteld rechtsmisbruik opleverde, en halveerde het dat bedrag. Daarbovenop kreeg de eisende partij geen rechtsplegingsvergoeding: elke partij droeg haar eigen kosten.
Die tweede stap is het interessante deel. Een rechter die alleen het bedrag te hoog vindt, verlaagt het. Een rechter die rechtsmisbruik vaststelt, verbindt daar ook gevolgen aan voor de kosten. Wat dat betekent voor de afweging tussen schikken en doorzetten, staat op de pagina over onze hulp en wordt in de handleiding op uw brief toegespitst.
Waar rechters op letten
Dit zijn geen regels maar terugkerende overwegingen. Ze zeggen iets over waar een Belgische rechter naar kijkt, niet over hoe uw zaak afloopt.
Misverstanden
In geen van deze arresten werd de vordering volledig afgewezen wegens rechtsmisbruik. Het bedrag ging fors omlaag, maar er bleef een vergoeding staan. De inbreuk zelf verdween er niet door.
Dat is precies de structuur van deze uitspraken. Er kan een inbreuk zijn terwijl het gevraagde bedrag geen stand houdt, en dat is de situatie waarin de meeste van deze zaken terechtkwamen.
Nee. Deze arresten gaan over een bepaalde manier van vorderen: een zeer hoog bedrag in de eerste brief, gebaseerd op een eigen tarievenlijst, zonder onderbouwing van de werkelijke schade. Een claim die netjes is onderbouwd, ligt anders.
In België hebben twee hoven van beroep zich in een reeks arresten expliciet over deze werkwijze uitgelaten. Dat is een steviger vertrekpunt dan een verzameling losse vonnissen in eerste aanleg.
Veelgestelde vragen
Elke bewering op deze pagina is terug te voeren op een van deze vindplaatsen. Klopt er iets niet, laat het ons weten.
Meer lezen