Dan geldt er een tweede recht naast dat van de fotograaf. Het is kort in de wet en breed in de praktijk, en het kan zowel tegen u als voor u werken.
De wet
Het portretrecht staat in een van de kortste bepalingen van het Wetboek van economisch recht. Artikel XI.174 luidt voluit:
De auteur of de eigenaar van een portret dan wel enige andere persoon die een portret bezit of voorhanden heeft, heeft niet het recht het te reproduceren of aan het publiek mede te delen zonder toestemming van de geportretteerde of, gedurende twintig jaar na diens overlijden, zonder toestemming van zijn rechtverkrijgenden.
Lees de eerste vier woorden nog eens. De regel richt zich uitdrukkelijk ook tot de auteur. De fotograaf mag zijn eigen foto dus niet zomaar publiceren als er een herkenbare persoon op staat. Dat is het punt waar deze pagina om draait.
Verder: twee verboden handelingen, reproduceren en aan het publiek meedelen. Een foto op een website zetten is het tweede. En na het overlijden loopt het recht nog twintig jaar door, uit te oefenen door de rechtverkrijgenden. Dat is ruimer dan alleen de erfgenamen: het omvat ook wie de rechten bij overeenkomst verkrijgt.
Twee rechten
Auteursrecht en portretrecht zijn twee losse regimes die tegelijk kunnen gelden. meemoo schrijft: Het portretrecht of het recht op afbeelding staat los van de auteursrechtelijke bescherming van de auteur van het portret.
Kunnen ze botsen? Ja. Het hof van beroep in Gent oordeelde op 5 januari 2009 in een zaak over foto's van tatoeages dat het persoonlijkheidsrecht van de (bewegings)vrijheid die een mens heeft om over zijn lichaam te beschikken, primeert op het auteursrecht van de auteur-tatoeëerder. Dat is het duidelijkste Belgische voorbeeld dat het recht van de afgebeelde het recht van de maker kan overtroeven.
In de rechtbank van eerste aanleg in Brussel ging het op 8 september 2014 over een model wier beelden zonder toestemming in nieuwsuitzendingen en krantenartikels belandden. Volgens de bespreking die wij vonden, oordeelde de rechtbank dat stilzwijgende toestemming niet kan worden afgeleid uit plaatsing op een gedeeltelijk beveiligde website gericht op een zeer beperkt publiek, en dat anonimisering verplicht was omdat de herkenbaarheid geen maatschappelijke relevantie had. De uitspraak zelf hebben wij niet kunnen inzien; wij geven door wat die bespreking schrijft.
Wanneer is er toestemming nodig
Het tweede spoor
Naast het portretrecht loopt een tweede spoor dat er los van staat: de gegevensbescherming. Een foto waarop iemand herkenbaar is, is een persoonsgegeven, en de Algemene Verordening Gegevensbescherming geldt dan zelfstandig. Toestemming onder artikel XI.174 is niet hetzelfde als een grondslag onder die verordening.
Dat dit geen theorie is, laat de Geschillenkamer van de Gegevensbeschermingsautoriteit zien. In beslissing 29/2024 van 9 februari 2024 ging het over de publicatie van de naam, het adres en een foto van de klager op een website. Let op waarvoor de boete van 2.000 euro werd opgelegd: niet voor de publicatie zelf, maar voor de inbreuk op de artikelen 12.3 en 12.4 van de verordening samen met artikel 17.1, dus voor het niet opvolgen van het verzoek om wissing, en op artikel 31 over de medewerking met de autoriteit. In beslissing 02/2021 van 12 januari 2021, over een Facebook-pagina met onder meer foto's en video's van een zangeres, ging het om 10.000 euro.
Een deel van de thematische dossiers van de autoriteit over beeldmateriaal blokkeert geautomatiseerde toegang; die hebben wij niet kunnen nalezen en dat omzeilen wij niet. De pagina over het beginsel van de toestemming, waarnaar wij hierboven verwijzen, was wel bereikbaar.
Bij een claim
Waarom dit ertoe doet bij een claim. Als de foto waarover u wordt aangesproken een herkenbare persoon toont, dan heeft ook de fotograaf iets te bewijzen. De Federatie schreef daarover, na een sessie met twee juristen:
Deene vulde aan dat een fotograaf in geval van een claim moet kunnen aantonen dat de geportretteerde toestemming gaf voor commerciële exploitatie. Zonder dergelijk bewijs kan een schadeclaim ongeldig zijn.
Op dezelfde pagina staat ook wat er gebeurt zodra een foto uit de publieke ruimte online gaat:
Van den Hoek verduidelijkte dat voor het nemen van foto's in de publieke ruimte vaak een impliciete toestemming geldt, zolang mensen kunnen zien dat er gefotografeerd wordt. Zodra een van die foto's echter op een website wordt gezet, is de toestemming nodig van de herkenbare personen.
Dit is dus geen bijzaak maar een vraag die bij de stukken hoort die u opvraagt. Welke dat zijn, staat op onze pagina over wie de claim mag innen.
Bedragen
Tot slot de bedragen, want die vraag komt altijd. Wij vonden twee Belgische zaken met cijfers, allebei via besprekingen en niet via de uitspraak zelf.
Het hof van beroep in Antwerpen kende op 30 november 2015 in een zaak over het portret van de zaakvoerder van een concurrent in een advertentie 250 euro naar billijkheid toe, plus 1.312,11 euro berekend op een SOFAM-tarief. Het hof van beroep in Luik bevestigde op 16 september 2014 in een zaak over het voortgezette gebruik van beeltenis en opnames na het einde van een samenwerking de door de eerste rechter toegekende bedragen van 7.500 euro en 39.520,95 euro. Dat laatste is duidelijk geen fotoclaim zoals de onze; wij zetten het erbij om de spreiding te tonen.
Wat wij niet vonden: een Belgische zaak waarin iemand die een fotoclaim kreeg, zich met succes verweerde door te wijzen op het ontbrekende portretrecht. Het argument staat in de wet en in de voorlichting, maar wij zagen het niet in een gepubliceerde uitspraak terug.
Bronnen
Elke bewering op deze pagina is terug te voeren op een van deze vindplaatsen. Klopt er iets niet, laat het ons weten.
Meer lezen